Questions? Call +31 (0)40 209 2459

News

Heat stress, effect of water volumes on heat stress.

Het effect van stedelijke waterlichamen op het hitte-eiland-effect en strategieën om hittestress te verminderen
Het stedelijke hitte-eiland-effect (UHI) ontstaat doordat gebouwen, wegen en andere
infrastructuren warmte absorberen en vasthouden, wat leidt tot hogere temperaturen in steden
vergeleken met omliggende landelijke gebieden. Wateroppervlakten, zoals vijvers, meren en
fonteinen, spelen een cruciale rol bij het verminderen van UHI door verdamping en
verbeterde luchtcirculatie. Uit onderzoek blijkt dat stedelijke waterlichamen de
luchttemperatuur tot 0,9°C en de oppervlaktetemperatuur met 3,5°C kunnen verlagen
(Zeeshan & Ali, 2023). Deze afkoeling wordt versterkt door de reflecterende eigenschappen
van water en het genereren van koelere luchtstromen, wat bijdraagt aan een aangenamere
leefomgeving.


Voor steden die hittestress willen tegengaan, kunnen verschillende strategieën worden
toegepast om wateroppervlakten effectief in te zetten. Ten eerste kan de integratie van
waterpartijen in stedelijke ontwerpen, zoals waterpleinen en grachten, helpen om warmte te
reguleren. Daarnaast kunnen innovatieve methoden zoals mistfonteinen en watermuren in
drukke stedelijke gebieden de gevoelstemperatuur verlagen zonder veel ruimte in te nemen.
Verder helpt een combinatie van water en groen, zoals drijvende tuinen of natte daken, om
verdamping te bevorderen en extra schaduw te bieden. Het verbeteren van de waterkwaliteit
en doorstroming is ook essentieel om ongewenste effecten zoals verhoogde luchtvochtigheid
of algenbloei te minimaliseren.


Door strategische planning en het gebruik van stedelijke waterlichamen kunnen steden het
hitte-eiland-effect verminderen en de leefbaarheid verbeteren, vooral in dichtbevolkte
gebieden waar hittestress een groeiend probleem vormt.

Het verband tussen hittestress en wateroppervlakte
Onderzoek toont aan dat wateroppervlakten, zoals vijvers en rivieren, een belangrijke rol
spelen bij het verminderen van hittestress, vooral in stedelijke gebieden. Een studie door
Zeeshan & Ali (2023) wijst uit dat stedelijke waterlichamen kunnen helpen de temperatuur in
microklimaten te verlagen door verdamping en verhoogde luchtstroming, wat leidt tot een
vermindering van de luchttemperatuur met 0,9°C en de oppervlaktetemperatuur met 3,5°C
(Zeeshan & Ali, 2023).


Daarnaast heeft onderzoek aangetoond dat waterdamp in de atmosfeer indirect kan bijdragen
aan hittestress door complexe interacties met bewolking en stralingsbalansen, vooral in
tropische gebieden (Khanna & Karan, 2023). Dit effect kan lokaal variëren en wordt
beïnvloed door meteorologische en klimaatsystemen. Verder blijkt uit klimaatmodellering dat
bodemvocht een cruciale factor is bij het reguleren van de luchttemperatuur en
luchtvochtigheid, wat indirect de hittestress beïnvloedt (Zhou et al., 2024).


Dit betekent dat naast wateroppervlakten ook bodemvocht een rol speelt bij het mitigeren van
hitte-extremen. Over het algemeen blijkt dat de aanwezigheid van wateroppervlakten en de
interacties tussen water, bodemvocht en atmosfeer aanzienlijke invloed hebben op de mate
van hittestress, vooral in warme en stedelijke omgevingen.

Water vasthouden op platte daken in stedelijke gebieden.
Als alle platte daken in een stad bedekt zouden zijn met een 5 cm diepe waterlaag, zou dit een
aanzienlijk effect kunnen hebben op het stedelijke hitte-eiland-effect (UHI) en hittestress. De
belangrijkste gevolgen zouden zijn:

  1. Temperatuurverlaging: Water heeft een hoge warmtecapaciteit en warmt langzamer
    op dan traditionele dakmaterialen zoals beton of asfalt. Dit betekent dat overdag
    minder warmte wordt geabsorbeerd en ’s nachts minder warmte wordt uitgestraald,
    wat kan leiden tot lagere stedelijke temperaturen.
  2. Verdamping en koeling: De waterlaag zou zorgen voor verdampingskoeling, waarbij
    warmte uit de omgeving wordt onttrokken. Dit kan leiden tot een daling van de
    luchttemperatuur, vergelijkbaar met de verkoelende werking van stedelijke
    waterlichamen zoals vijvers en fonteinen.
  3. Vermindering van het hitte-eiland-effect: Doordat water de directe opname en
    afgifte van zonnewarmte vermindert, kan het temperatuurverschil tussen stedelijke en
    landelijke gebieden kleiner worden. Dit zou vooral merkbaar zijn tijdens hittegolven,
    wanneer steden normaal gesproken aanzienlijk warmer zijn dan hun omgeving.
  4. Lagere energiekosten: Door de afkoelende werking van het water zouden gebouwen
    minder snel opwarmen, wat kan resulteren in een lagere vraag naar airconditioning en
    dus minder energieverbruik.
  5. Impact op waterbeheer: Een dergelijke dakwaterlaag zou ook kunnen helpen bij
    regenwateropvang en -beheer. Tijdens hevige neerslag kan het water tijdelijk worden
    vastgehouden, waardoor de druk op het rioleringssysteem vermindert en
    overstromingen beperkt blijven.
  6. Mogelijke nadelen: Er zijn echter ook uitdagingen. Het extra gewicht van het water
    kan structurele problemen veroorzaken als daken hier niet op berekend zijn. Daarnaast
    kan stilstaand water leiden tot de groei van algen en muggen, wat negatieve gevolgen
    kan hebben voor de volksgezondheid. Slimme watermanagementsystemen, zoals
    regelbare afvoer of circulatiepompen, zouden nodig zijn om deze problemen te
    beheersen.
    Al met al zou een grootschalige toepassing van waterdaken een innovatieve manier kunnen
    zijn om de stedelijke hitteproblematiek te verlichten, mits goed geïmplementeerd en beheerd.

Theoretische berekening van de voordelen van water vasthouden op platte daken.
Laten we een ruwe schatting maken van het effect van een 5 cm waterlaag op alle platte daken
in een stad. We kijken hierbij naar factoren zoals warmteopslag, verdamping en mogelijke
temperatuurverlaging.

  1. Schatting van het dakoppervlak
    Steden hebben vaak een aanzienlijk percentage platte daken. We nemen als voorbeeld een
    gemiddelde stad met:
      • Oppervlakte stad: 100 km²
      • Bebouwde oppervlakte: ~50% van de totale stadsoppervlakte → 50 km²
      • Platte daken: ~30% van de bebouwde oppervlakte → 15 km² (15.000.000 m²)
        Stadoppervlakte data:
      • Brugge, België – 100.4 km²
      • Utrecht, Nederland – 99.2 km²
      • Grenoble, Frankrijk – 99.8 km²
      • Bonn, Duitsland – 141.2 km² (iets groter, maar vergelijkbaar)
      • Pisa, Italië – 185.2 km² (ook iets groter, maar compacte kern)
      • Lausanne, Zwitserland – 41.4 km² (kleiner, maar met omliggende gebieden richting 100 km²)
      • Salzburg, Oostenrijk – 65.6 km² (iets kleiner, maar vergelijkbaar in bevolkingsdichtheid met
        een 100 km² stad)
      • Alicante, Spanje – 201.3 km² (groter, maar stedelijk gebied rond 100 km²)
      • Bratislava, Slowakije – 100.3 km²
      • Leipzig, Duitsland – 297.6 km² (veel groter, maar historische stadskern is compact en
        vergelijkbaar met een 100 km² stad)

      2. Waterinhoud op de daken
      Een waterlaag van 5 cm (0,05 m) betekent een totale waterinhoud van:
      15.000.000×0,05=750.000 m315.000.000 \times 0,05 = 750.000 \text{
      m}^315.000.000×0,05=750.000 m3
      Dit komt overeen met 750 miljoen liter water.

      3. Koeling door verdamping
      De latente verdampingswarmte van water is ongeveer 2.26 MJ/kg. Bij een gemiddelde
      dagelijkse verdamping van 5 mm (0,5 cm), zou per dag verdampen:
      15.000.000×0,005=75.000 m315.000.000 \times 0,005 = 75.000 \text{
      m}^315.000.000×0,005=75.000 m3
      (= 75 miljoen liter water per dag)
      De energie die daarbij aan de omgeving wordt onttrokken:
      75.000.000×2.26×106=1.7×1014 J75.000.000 \times 2.26 \times 10^6 = 1.7 \times 10^{14} \text{
      J}75.000.000×2.26×106=1.7×1014 J

      4. Temperatuurverlaging
      Dit is een enorme hoeveelheid energie die uit de lucht wordt onttrokken. Ter vergelijking:

        • Een stad met een luchtschil van 100 km² en 100 m dik (geschatte hoogte waar UHI-effect
          plaatsvindt) heeft een luchtvolume van 101010^{10}1010 m³.
        • De soortelijke warmtecapaciteit van lucht is 1005 J/kg·K, en de luchtmassa is ongeveer 1,2
          kg/m³.
        • De totale warmte-inhoud van deze luchtlaag is: 1010×1,2×1005=1.2×1013 J/K10^{10} \times
          1,2 \times 1005 = 1.2 \times 10^{13} \text{ J/K}1010×1,2×1005=1.2×1013 J/K
        • Als de volledige verdampingsenergie gebruikt wordt om deze luchtlaag af te koelen:
          1.7×10141.2×1013≈14 °C\frac{1.7 \times 10^{14}}{1.2 \times 10^{13}} \approx 14 \text{
          °C}1.2×10131.7×1014≈14 °C
          Dit is een theoretische maximale daling, maar in de praktijk zou het waarschijnlijk een
          temperatuurdaling van 2-5°C opleveren, afhankelijk van weersomstandigheden en
          luchtstromingen.

        Mogelijke energiebesparing
        Door een lagere buitentemperatuur neemt de koelingsvraag af. Als we aannemen dat elke
        graad temperatuurdaling 5% minder airconditioningverbruik oplevert en gebouwen in de
        stad samen jaarlijks 1 TWh aan elektriciteit voor koeling verbruiken, dan bespaart een 3°C
        daling:

        1×0,15=0,15 TWh≈150GWh1 \times 0,15 = 0,15 \text{ TWh} \approx 150
        GWh1×0,15=0,15 TWh≈150GWh

        Dit staat gelijk aan het jaarlijkse stroomverbruik van 50.000 huishoudens.

        Conclusie
        Een 5 cm diepe waterlaag op alle platte daken zou een aanzienlijke verkoeling kunnen bieden,
        met een theoretische temperatuurverlaging tot 14°C, maar realistisch eerder 2-5°C. Dit zou
        resulteren in minder aircogebruik en een energiebesparing van tientallen miljoenen euro’s per
        jaar.